De AFM besteedde in 2011 aandacht aan de transparantie van de uitvoeringskosten van pensioenfondsen. Het onderzoek vormde een belangrijk moment in de ontwikkeling naar meer inzicht in en verantwoording over de kosten van pensioenuitvoering.
Bekijk het AFM-onderzoekHome/Wetgeving, normen en toezicht
Wetgeving, normen en toezichtHet fundament onder de benchmark
De wettelijke kengetallen voor uitvoeringskosten, het normenkader dat via zelfregulering tot stand kwam, en wat de toezichthouder daarover zegt.
Wettelijke kengetallen en zelfregulering
Wetgeving
De wetgeving op het gebied van te rapporteren kengetallen voor de uitvoeringskosten is met de Wtp onveranderd gebleven. Deze luidt als volgt:
- Pensioenfondsen moeten de totale kosten van vermogensbeheer in euro's en als percentage van het gemiddeld belegd vermogen rapporteren. Dit geldt eveneens voor de transactiekosten.
- Wat betreft de pensioenbeheerkosten moeten de kosten in euro's per deelnemer en de totale euro's gerapporteerd worden. Het aantal deelnemers is de som van het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden.
Voor de toelichting op de uitvoeringskosten verwijst de AFM naar de via zelfregulering tot stand gekomen Aanbevelingen Uitvoeringskosten. Met behulp van deze toelichting kunnen de deelnemers de kosten in context beoordelen. Dit houdt in: wat krijg ik, rekening houdend met beleidsbeslissingen, terug voor deze kosten? Denk hierbij bijvoorbeeld aan rendementen en service.
Aanbevelingen Uitvoeringskosten
Van belang is dat benchmarking geschiedt op basis van uniform berekende wettelijke kengetallen zoals uiteengezet in de Aanbevelingen Uitvoeringskosten: het geldende normenkader van pensioenfondsen voor het rapporteren van de uitvoeringskosten, dat via zelfregulering tot stand is gekomen door de commissie verslaggeving en uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie, met als belangrijke co-auteurs Anne Laning en Eric Veldpaus.
De conceptversie is onder andere afgestemd met pensioenfondsen, vermogensbeheerders, pensioenuitvoeringsorganisaties, accountants en de toezichthouders DNB en AFM. Doel was vast te stellen dat de gevraagde gegevens kunnen worden opgeleverd en getoetst door de controlerende accountants. Van belang is dat ook toezichthouders dit onderschrijven.
“De Aanbevelingen Uitvoeringskosten zie ik niet als een louter technisch compliancevraagstuk, maar ook als een governance- en verantwoordelijkheidsvraagstuk, waarin compliance wel degelijk een belangrijke rol kan spelen. Juist bij zelfregulering en open normen gaat het om het scherp houden van het bestuur op de onderliggende ratio van transparantie, en niet alleen op formele naleving. En daarnaast kunnen geschillen over kosten aanleiding geven tot juridische risico's.”
“Met het oog op de Wtp wint dit vraagstuk aan urgentie. De introductie van cohorten en mogelijke kostenverschillen binnen één fonds vergroot het risico op vragen, klachten en geschillen. Tijdige, heldere en uitlegbare communicatie is daarbij essentieel, maar ook complex.”
Aanbevelingen Uitvoeringskosten
Het normenkader van de Pensioenfederatie voor het rapporteren van uitvoeringskosten, herziene versie 2016.
Download de Aanbevelingen Bekijk de 22 vetgedrukte aanbevelingenDe 22 vetgedrukte aanbevelingen
Alle vetgedrukte aanbevelingen vallen onder het ‘comply or explain’-principe, tenzij wet- en regelgeving een aanbeveling dwingend voorschrijft — zoals de drie kengetallen die gerapporteerd moeten worden. Kiest een pensioenfonds ervoor af te wijken, dan neemt het in het jaarverslag een toelichting op over de reden van afwijking.
Bekijk alle 22 vetgedrukte aanbevelingen
- Het kengetal voor kosten van vermogensbeheer wordt gepresenteerd als een percentage met twee decimalen.
-
Bekijk deze kosten ook in relatie tot:
- het gekozen beleggingsbeleid en de bijbehorende benchmarkkosten — benchmarken geeft aan wat de kosten voor het pensioenfonds zouden zijn geweest indien de beleggingsportefeuille met de gekozen allocatie naar de verschillende beleggingscategorieën zou zijn gemanaged tegen de gemiddelde kosten van het universum. Met behulp van dit gegeven kan het bestuur het kostenniveau van het pensioenfonds beoordelen;
- het rendement over een langere termijn, ook in relatie tot het bijbehorende benchmarkrendement.
- Het kengetal voor transactiekosten wordt gepresenteerd als een percentage met twee decimalen.
- Informatie over de hoogte van de uitvoeringskosten gaat vergezeld van informatie over de relevante beleidskeuzes.
- Deelnemers moeten kunnen beschikken over informatie op hoofdlijnen over uitvoeringskosten.
- De aard van de dienstverlening leidt tot kostenverschillen. Het pensioenfonds licht dat toe in het bestuursverslag.
- Bij het transparant maken van kosten worden kosten niet gesaldeerd met opbrengsten. Een van de fundamentele uitgangspunten is dat de kosten separaat gerapporteerd worden.
- Indien een pensioenfonds belegt middels beleggingsfondsen worden de kosten van vermogensbeheer en transactiekosten van die beleggingsfondsen meegenomen in de totale kosten.
- Opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben, waarbij op passende wijze de kosten worden verantwoord in dezelfde periode als de samenhangende opbrengsten.
- Eénmalige kosten worden meegenomen in de berekening van kosten.
- Eénmalige kosten worden toegelicht in het bestuursverslag.
- Pensioenfondsen rapporteren de kosten transparant overeenkomstig deze Aanbevelingen, met daarbij een toelichting op de gehanteerde grondslagen. Wanneer het inzicht in de kosten nog niet volledig is, of omwille van bijvoorbeeld bestaande contractuele bepalingen nog niet mogelijk, wordt een schatting van de kosten alsmede een toelichting in het verslag opgenomen.
- De kostprijsverhogende belastingen worden meegenomen als kosten in de categorie waar deze belastingen op drukken; dus de btw op vermogensbeheerkosten als vermogensbeheerkosten, enzovoort.
- Belastingen op rendement worden niet als kosten meegeteld, omdat dit geen kostprijsverhogende heffingen zijn.
- Alle kosten worden gepresenteerd in euro's.
- Alle kosten worden meegenomen bij de bepaling van de kosten pensioenbeheer. Als een materieel deel van de kosten voor pensioenbeheer blijvend niet ten laste van het pensioenfonds komt omdat dit door de werkgever(s) gedragen wordt, worden deze kosten toch meegenomen ter bevordering van de vergelijkbaarheid met andere pensioenfondsen. Worden deze kosten niet meegenomen en zijn zij wel materieel voor het inzicht in de kosten, dan worden zij separaat toegelicht in het jaarverslag.
- Pensioenfondsen maken zelf een toerekening van algemene kosten naar pensioenbeheer- en vermogensbeheerkosten en onderbouwen deze schatting. De onderbouwing van de schatting wordt in het jaarverslag toegelicht.
- De kosten van pensioenbeheer worden gedeeld door het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden.
- De aantallen actieve deelnemers en gepensioneerden die samen het totaal vormen in de noemer zijn gelijk aan de gegevens die in jaarstaat J701 aan DNB worden gerapporteerd. Door aan te sluiten bij de definitie van DNB worden dubbeltellingen zoveel mogelijk voorkomen.
- Het hanteren van het look through-principe betekent dat alle kosten van vermogensbeheer van alle lagen inzichtelijk moeten worden gemaakt.
- Bij een direct aan de beurs genoteerde belegging zijn de managementkosten geïntegreerd in de beurskoers. Vanwege het onlosmakelijk verbonden zijn met de winst- en verliesrekening van de beursgenoteerde entiteit zijn deze kosten niet aangemerkt als kosten van vermogensbeheer en worden deze niet opgenomen.
- Het gemiddeld beheerd vermogen (AuM) wordt berekend op basis van de ultimo maandstanden: gemiddeld beheerd vermogen = (0,5 × dec + jan + feb + … + 0,5 × dec) / 12.
AFM-onderzoeken naar kostentransparantie bij pensioenfondsen
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) besteedt al geruime tijd aandacht aan de transparantie en verantwoording van uitvoeringskosten door pensioenfondsen. In verschillende onderzoeken heeft de AFM gekeken naar de wijze waarop pensioenfondsen hun kosten rapporteren en toelichten.
Naar aanleiding van het kostenonderzoek in 2011 is door de Pensioenfederatie via zelfregulering de Aanbevelingen Uitvoeringskosten binnen de pensioensector tot stand gekomen. Deze zelfregulering is destijds door minister Henk Kamp aanvaard, onder de voorwaarde dat de naleving periodiek zou worden getoetst door de AFM. Zelfregulering betekent daarbij niet dat naleving vrijblijvend is: de sector heeft zichzelf met de Aanbevelingen een normenkader opgelegd waaraan pensioenfondsen geacht worden te voldoen.
Hieronder zijn de belangrijkste AFM-onderzoeken chronologisch opgenomen. Het onderzoek uit 2021 wordt afzonderlijk uitgelicht, omdat daarin niet alleen de rapportage van kosten, maar nadrukkelijk ook de verantwoording, context en vergelijking van kosten aan de orde komen.
Ontwikkeling van het AFM-toezicht op kostentransparantie
De AFM onderzocht de wijze waarop pensioenfondsen in hun jaarverslagen rapporteerden over de kosten van vermogensbeheer en transactiekosten.
Bekijk het AFM-onderzoekIn een vervolgonderzoek besteedde de AFM opnieuw aandacht aan de transparantie en rapportage van vermogensbeheer- en transactiekosten door pensioenfondsen.
Bekijk het AFM-onderzoekVan kosten rapporteren naar kosten verantwoorden
In 2021 onderzocht de AFM de kostentransparantie van vrijwel de gehele Nederlandse pensioensector. Hiervoor werden 166 jaarverslagen onderzocht.
De AFM constateerde niet alleen tekortkomingen in de rapportage van uitvoeringskosten, maar ook dat kosten nog onvoldoende in relatie werden gebracht met factoren die het kostenniveau kunnen verklaren.
Zo legde slechts een beperkt deel van de pensioenfondsen een relatie tussen pensioenbeheerkosten en serviceniveau of complexiteit. Ook werd de samenhang tussen vermogensbeheerkosten, risico en rendement nog onvoldoende toegelicht.
De AFM heeft in haar onderzoek tevens beoordeeld in hoeverre pensioenfondsen in hun jaarverslagen opvolging gaven aan de aanbevelingen van de AFM en de Pensioenfederatie.
Onderzoek naar kostentransparantie en -verantwoording in 166 jaarverslagen van pensioenfondsen.
Bekijk het AFM-onderzoek 2021Kosten in het juiste perspectief
Voor een goede beoordeling van uitvoeringskosten is niet alleen de hoogte van de kosten relevant. Ook de context waarin deze kosten worden gemaakt, is van belang. Verschillen in kosten tussen pensioenfondsen kunnen bijvoorbeeld samenhangen met verschillen in schaal, complexiteit, serviceniveau, populatie, beleggingsbeleid, risico en nagestreefd rendement.
“Hoe hoog zijn onze kosten ten opzichte van andere pensioenfondsen?”
“Zijn onze kosten passend bij onze beleidskeuzes en wat krijgen wij voor deze kosten terug?”
Kamervragen over kostentransparantie
De bevindingen van de AFM leidden ook tot politieke aandacht voor de kostentransparantie van pensioenfondsen.
Naar aanleiding van het onderzoek in 2021 werden Kamervragen gesteld. In de beantwoording werd het belang van kostentransparantie onderschreven. Transparantie moet belanghebbenden in staat stellen zich een oordeel te vormen over de verhouding tussen rendement, risico en kosten en over de verhouding tussen kosten en baten. Daarmee werd ook op politiek niveau het belang onderstreept van een goede rapportage, toelichting en verantwoording van uitvoeringskosten.
Wat betekent dit volgens IBI?
De opeenvolgende AFM-onderzoeken laten zien dat kostentransparantie verder gaat dan het correct rapporteren van kostencijfers.
Voor een pensioenfondsbestuur is uiteindelijk vooral van belang dat het kan beoordelen en uitleggen waarom kosten hoger of lager zijn en of deze passen bij de gemaakte beleidskeuzes en geleverde prestaties.
Gedegen benchmarking biedt hiervoor een objectief referentiekader. Daarbij worden kosten niet uitsluitend onderling vergeleken, maar beoordeeld in samenhang met de factoren die verschillen tussen pensioenfondsen kunnen verklaren.
Benchmarking wordt daarmee geen ranglijst, maar een instrument voor bestuurlijke beoordeling en verantwoording.
Welke kenmerken verklaren de kosten?
Vanaf 2019 stuurt de Pensioenfederatie haar leden jaarlijks, aan het eind van het jaar, een Ledenmail. Daarin benadrukt de Pensioenfederatie dat de kosten in context moeten worden bezien, en noemt zij expliciet de volgende kenmerken.
Pensioenbeheerkosten
- De verschillende serviceniveaus
- Het aantal regelingen en de complexiteit van die regelingen
- De hoeveelheid waardeoverdrachten
- De communicatiestrategie
Vermogensbeheerkosten
- De gekozen beleggingsmix
- De benchmarkkosten
- Het rendement over een langere termijn
- Het benchmarkrendement
Deze kenmerken vormen de basis van de IBI-indices. Bekijk hoe wij dit in radargrafieken vertalen.
Behandeling in de Tweede Kamer en reacties van IBI
De bevindingen van het onderzoek zijn behandeld in de Tweede Kamer op 9 november 2021. Hieronder een overzicht vanaf 2021 tot en met de bespreking van de bevindingen in de Tweede Kamer ultimo 2021, alsmede een korte samenvatting van de totstandkoming van de Aanbevelingen Uitvoeringskosten.
Vragen over kostentransparantie?
Wij denken graag mee over de verantwoording en communicatie van uw uitvoeringskosten.