Home
IBI
Onze benchmarking
Onze producten
Wtp
Media
Neem contact op

Home/Onze benchmarking

Onze benchmarking

Gedegen benchmarking, van definitie tot grafiek

Een vergelijking waarbij niet alleen wordt gekeken naar het kostenniveau, maar waarbij rekening wordt gehouden met de belangrijkste factoren die dat kostenniveau verklaren.

Uitgangspunten

Zeven uitgangspunten

De IBI-benchmark is opgebouwd rond een vast aantal uitgangspunten. Zij bepalen wat er wordt gemeten, hoe het wordt berekend en waaraan de uitkomsten moeten voldoen.

  • Benchmarking naar behoeften en wensen van pensioenfondsbesturen
  • Gebaseerd op Nederlandse wet- en regelgeving
  • Kosten van pensioenfondsen in de juiste context zien, ofwel in samenhang met risico en opbrengsten
  • Gecontroleerde input en betrouwbare berekeningen op basis van vooraf bepaalde definities
  • Input in belangrijke mate gebaseerd op uniforme, reeds aanwezige en gecontroleerde rapportages
  • Een product waarmee volledig kan worden voldaan aan de Aanbevelingen Uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie
  • De benchmark bevat alle kosten
Klankbordgroep

Een benchmark van en voor de sector

Leden van de klankbordgroep vertalen de wensen van de sector en geven mede vorm aan de inhoud van het rapport, primair ten behoeve van het bestuur. Door deze schakel wordt IBI Benchmarking een benchmark van en voor de sector.

Bij de oprichting van IBI bestond de klankbordgroep uit PFZW, Pensioenfonds TNO, PNO Media, PME, Pensioenfonds Randstad en Pensioenfonds Vervoer.

Periodiek overlegt het instituut met pensioenfondsen over de inhoud van de rapportages, zodat die worden aangepast op de ontwikkelingen in de pensioensector.

Klankbordgroep bij oprichting

PFZW Pensioenfonds TNO PNO Media PME Pensioenfonds Randstad Pensioenfonds Vervoer

De rapportage is samen met deze groep ontwikkeld met als uitgangspunt dat aan alle vetgedrukte aanbevelingen uit de Aanbevelingen Uitvoeringskosten (herziene versie 2016) wordt voldaan.

Bekijk de 22 vetgedrukte aanbevelingen
Gedegen benchmarking

Niet alleen het kostenniveau

Als IBI spreken wij over gedegen benchmarking. Dit is een vergelijking waarbij niet alleen wordt gekeken naar het kostenniveau, maar waarbij rekening wordt gehouden met de belangrijkste factoren die het kostenniveau verklaren. Zo kan een pensioenfondsbestuur beoordelen of de kosten passend zijn gegeven het beleid, de risico's, de schaal en de dienstverlening van het fonds.

Ook CFA Society Netherlands beschreef benchmarking van IBI als een manier om tot een “genuanceerde vergelijking van uitvoeringskosten” te komen, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken van het pensioenfonds. Daarbij werd IBI expliciet genoemd.

“Een genuanceerde vergelijking van uitvoeringskosten, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken van het pensioenfonds.”

CFA Society Netherlands over de benchmarking van IBI
Wet- en regelgeving fundament

Wettelijke kengetallen en zelfregulering

Wetgeving

De wetgeving op het gebied van te rapporteren kengetallen voor de uitvoeringskosten is met de Wtp onveranderd gebleven. Deze luidt als volgt:

  • Pensioenfondsen moeten de totale kosten van vermogensbeheer in euro's en als percentage van het gemiddeld belegd vermogen rapporteren. Dit geldt eveneens voor de transactiekosten.
  • Wat betreft de pensioenbeheerkosten moeten de kosten in euro's per deelnemer en de totale euro's gerapporteerd worden. Het aantal deelnemers is de som van het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden.

Voor de toelichting op de uitvoeringskosten verwijst de AFM naar de via zelfregulering tot stand gekomen Aanbevelingen Uitvoeringskosten. Met behulp van deze toelichting kunnen de deelnemers de kosten in context beoordelen. Dit houdt in: wat krijg ik, rekening houdend met beleidsbeslissingen, terug voor deze kosten? Denk hierbij bijvoorbeeld aan rendementen en service.

Aanbevelingen Uitvoeringskosten

Van belang is dat benchmarking geschiedt op basis van uniform berekende wettelijke kengetallen zoals uiteengezet in de Aanbevelingen Uitvoeringskosten: het geldende normenkader van pensioenfondsen voor het rapporteren van de uitvoeringskosten, dat via zelfregulering tot stand is gekomen door de commissie verslaggeving en uitvoeringskosten van de Pensioenfederatie, met als belangrijke co-auteurs Anne Laning en Eric Veldpaus.

De conceptversie is onder andere afgestemd met pensioenfondsen, vermogensbeheerders, pensioenuitvoeringsorganisaties, accountants en de toezichthouders DNB en AFM. Doel was vast te stellen dat de gevraagde gegevens kunnen worden opgeleverd en getoetst door de controlerende accountants. Van belang is dat ook toezichthouders dit onderschrijven.

“De Aanbevelingen Uitvoeringskosten zie ik niet als een louter technisch compliancevraagstuk, maar ook als een governance- en verantwoordelijkheidsvraagstuk, waarin compliance wel degelijk een belangrijke rol kan spelen. Juist bij zelfregulering en open normen gaat het om het scherp houden van het bestuur op de onderliggende ratio van transparantie, en niet alleen op formele naleving. En daarnaast kunnen geschillen over kosten aanleiding geven tot juridische risico's.”

“Met het oog op de Wtp wint dit vraagstuk aan urgentie. De introductie van cohorten en mogelijke kostenverschillen binnen één fonds vergroot het risico op vragen, klachten en geschillen. Tijdige, heldere en uitlegbare communicatie is daarbij essentieel, maar ook complex.”

Bianca van der Goes Certified pension lawyer, Sprenkels

Aanbevelingen Uitvoeringskosten

Het normenkader van de Pensioenfederatie voor het rapporteren van uitvoeringskosten, herziene versie 2016.

Download de Aanbevelingen Bekijk de 22 vetgedrukte aanbevelingen
Bijlage

De 22 vetgedrukte aanbevelingen

Alle vetgedrukte aanbevelingen vallen onder het ‘comply or explain’-principe, tenzij wet- en regelgeving een aanbeveling dwingend voorschrijft — zoals de drie kengetallen die gerapporteerd moeten worden. Kiest een pensioenfonds ervoor af te wijken, dan neemt het in het jaarverslag een toelichting op over de reden van afwijking.

Bekijk alle 22 vetgedrukte aanbevelingen
  1. Het kengetal voor kosten van vermogensbeheer wordt gepresenteerd als een percentage met twee decimalen.
  2. Bekijk deze kosten ook in relatie tot:
    • het gekozen beleggingsbeleid en de bijbehorende benchmarkkosten — benchmarken geeft aan wat de kosten voor het pensioenfonds zouden zijn geweest indien de beleggingsportefeuille met de gekozen allocatie naar de verschillende beleggingscategorieën zou zijn gemanaged tegen de gemiddelde kosten van het universum. Met behulp van dit gegeven kan het bestuur het kostenniveau van het pensioenfonds beoordelen;
    • het rendement over een langere termijn, ook in relatie tot het bijbehorende benchmarkrendement.
  3. Het kengetal voor transactiekosten wordt gepresenteerd als een percentage met twee decimalen.
  4. Informatie over de hoogte van de uitvoeringskosten gaat vergezeld van informatie over de relevante beleidskeuzes.
  5. Deelnemers moeten kunnen beschikken over informatie op hoofdlijnen over uitvoeringskosten.
  6. De aard van de dienstverlening leidt tot kostenverschillen. Het pensioenfonds licht dat toe in het bestuursverslag.
  7. Bij het transparant maken van kosten worden kosten niet gesaldeerd met opbrengsten. Een van de fundamentele uitgangspunten is dat de kosten separaat gerapporteerd worden.
  8. Indien een pensioenfonds belegt middels beleggingsfondsen worden de kosten van vermogensbeheer en transactiekosten van die beleggingsfondsen meegenomen in de totale kosten.
  9. Opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben, waarbij op passende wijze de kosten worden verantwoord in dezelfde periode als de samenhangende opbrengsten.
  10. Eénmalige kosten worden meegenomen in de berekening van kosten.
  11. Eénmalige kosten worden toegelicht in het bestuursverslag.
  12. Pensioenfondsen rapporteren de kosten transparant overeenkomstig deze Aanbevelingen, met daarbij een toelichting op de gehanteerde grondslagen. Wanneer het inzicht in de kosten nog niet volledig is, of omwille van bijvoorbeeld bestaande contractuele bepalingen nog niet mogelijk, wordt een schatting van de kosten alsmede een toelichting in het verslag opgenomen.
  13. De kostprijsverhogende belastingen worden meegenomen als kosten in de categorie waar deze belastingen op drukken; dus de btw op vermogensbeheerkosten als vermogensbeheerkosten, enzovoort.
  14. Belastingen op rendement worden niet als kosten meegeteld, omdat dit geen kostprijsverhogende heffingen zijn.
  15. Alle kosten worden gepresenteerd in euro's.
  16. Alle kosten worden meegenomen bij de bepaling van de kosten pensioenbeheer. Als een materieel deel van de kosten voor pensioenbeheer blijvend niet ten laste van het pensioenfonds komt omdat dit door de werkgever(s) gedragen wordt, worden deze kosten toch meegenomen ter bevordering van de vergelijkbaarheid met andere pensioenfondsen. Worden deze kosten niet meegenomen en zijn zij wel materieel voor het inzicht in de kosten, dan worden zij separaat toegelicht in het jaarverslag.
  17. Pensioenfondsen maken zelf een toerekening van algemene kosten naar pensioenbeheer- en vermogensbeheerkosten en onderbouwen deze schatting. De onderbouwing van de schatting wordt in het jaarverslag toegelicht.
  18. De kosten van pensioenbeheer worden gedeeld door het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden.
  19. De aantallen actieve deelnemers en gepensioneerden die samen het totaal vormen in de noemer zijn gelijk aan de gegevens die in jaarstaat J701 aan DNB worden gerapporteerd. Door aan te sluiten bij de definitie van DNB worden dubbeltellingen zoveel mogelijk voorkomen.
  20. Het hanteren van het look through-principe betekent dat alle kosten van vermogensbeheer van alle lagen inzichtelijk moeten worden gemaakt.
  21. Bij een direct aan de beurs genoteerde belegging zijn de managementkosten geïntegreerd in de beurskoers. Vanwege het onlosmakelijk verbonden zijn met de winst- en verliesrekening van de beursgenoteerde entiteit zijn deze kosten niet aangemerkt als kosten van vermogensbeheer en worden deze niet opgenomen.
  22. Het gemiddeld beheerd vermogen (AuM) wordt berekend op basis van de ultimo maandstanden: gemiddeld beheerd vermogen = (0,5 × dec + jan + feb + … + 0,5 × dec) / 12.
Input

Zoveel mogelijk uit bestaande, gecontroleerde bronnen

Om de werklast voor het deelnemende pensioenfonds te beperken, maakt IBI zoveel mogelijk gebruik van reeds voorhanden zijnde gegevens. Dit zijn door accountants gecontroleerde rapportages aan DNB en het jaarverslag.

Van belang is dat de rapportage aansluit op de gegevens zoals die in het jaarverslag zijn gerapporteerd. Voor het verkrijgen van de gegevens van vermogensbeheer wordt gebruik gemaakt van een spreadsheet waarbij direct zichtbaar wordt of de gegevens aansluiten met de gegevens in het jaarverslag. Bij pensioenbeheer wordt eveneens vastgesteld of de kosten per deelnemer aansluiten bij de gerapporteerde kosten. Aanvullend ontvangt het pensioenfonds via een digitale survey vragen die voor een deel afkomstig zijn van bestaande rapportages aan DNB.

Om het serviceniveau en de complexiteit van de pensioenregelingen te kunnen beoordelen worden voornamelijk meerkeuzevragen gesteld. Op basis van de antwoorden worden het serviceniveau en de complexiteit van de uit te voeren pensioenregelingen bepaald. Naar wij hebben begrepen is de service level agreement met de pensioenuitvoeringsorganisatie een goede basis.

Cliënten ontvangen een verificatie-exemplaar van het rapport. Het pensioenfonds controleert de input voordat de definitieve rapportage wordt opgesteld, zodat eventuele correcties nog kunnen worden verwerkt.

  1. Bestaande rapportages

    Door accountants gecontroleerde rapportages aan DNB en het jaarverslag vormen het vertrekpunt.

  2. Aansluiting op het jaarverslag

    Een spreadsheet maakt direct zichtbaar of de gegevens vermogensbeheer aansluiten op het jaarverslag.

  3. Digitale survey

    Meerkeuzevragen bepalen serviceniveau, complexiteit en mate van automatisering.

  4. Verificatie-exemplaar

    Het pensioenfonds controleert de input voordat de definitieve rapportage wordt opgesteld.

Radargrafieken en benchmarking

Een profiel in één oogopslag

Bij IBI maken wij gebruik van radargrafieken omdat zij in één oogopslag een integraal profiel van een pensioenfonds laten zien, in plaats van uitsluitend afzonderlijke cijfers. Een radargrafiek brengt niet alleen de kenmerken en kosten van een pensioenfonds in beeld, maar ook de factoren die deze kosten mede verklaren en – belangrijker nog – wat het pensioenfonds daarvoor terugkrijgt. Dit zijn de rendementen op zowel de korte als de lange termijn, de kwaliteit van de dienstverlening en de kenmerken van de pensioenregeling. Doordat wij werken met genormaliseerde scores (indices), kan een pensioenfonds op een consistente manier worden vergeleken met een geselecteerde peergroep én met het totale universum. Daarmee is benchmarking niet primair een ranglijst, maar vooral een diagnostisch instrument dat inzicht geeft in waar een pensioenfonds afwijkt, waarom dat zo is en waar mogelijk verbeterpotentieel ligt. Wij maken een profiel voor vermogensbeheer en pensioenbeheer.

Radargrafiek vermogensbeheer
Radargrafiek vermogensbeheer

Vermogensbeheer

Beleidskeuzes van het pensioenfonds

  • Spreiding van het vermogen (Asset Allocatie Index)
  • Mate van actief beheer (Alpha Index)
  • Beleggen via beleggingsfondsen (Implementatie Index)

Resultaten

  • Benchmarkkosten* (Kostenbenchmark Index)
  • 1-jarig rendement (1-jarig Rendement Index)
  • 5-jarig rendement (5-jarig Rendement Index)
  • 10-jarig rendement (10-jarig Rendement Index)

* Benchmarkkosten zijn de kosten die met behulp van peergroepdata worden gecorrigeerd voor de beleggingsmix. Dit is niet hetzelfde als de gemiddelde kosten.

Bij vermogensbeheer wordt aanvullend de duurzaamheid van de beleggingsportefeuille berekend. Deze is niet opgenomen in de radargrafiek.

Radargrafiek pensioenbeheer
Radargrafiek pensioenbeheer

Pensioenbeheer

Beleidskeuzes van het pensioenfonds

  • Mate van service aan de deelnemer inclusief communicatiestrategie (Service Index)
  • Mate van complexiteit van de pensioenregelingen (Complexiteits Index)
  • Mate van automatisering van processen (Automatiserings Index)

Eigenschappen

  • Aantal overdrachten (Overdrachten Index)
  • Aantal slapers (Slapers Index)

Resultaten

  • Kosten pensioenbeheer per deelnemer volgens de definitie van de Pensioenfederatie*
  • Kosten pensioenbeheer per deelnemer (alle)**

* Volgens de definitie van de Pensioenfederatie: de som van het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden ultimo verslagjaar.
** Het gemiddeld aantal deelnemers gedurende het verslagjaar (slapers, actieve deelnemers en gepensioneerden).

Bij pensioenbeheer wordt aanvullend berekend welk percentage van de governancekosten wordt doorbelast aan vermogensbeheer. Dit is niet opgenomen in de radargrafiek.

Benieuwd hoe uw profiel eruitziet?

Benieuwd hoe uw profiel voor vermogensbeheer en het profiel voor pensioenbeheer eruitziet? Wij lichten het graag toe.