Kosten en transactiekosten
Pensioenfondsen moeten de totale kosten van vermogensbeheer in euro's en als percentage van het gemiddeld belegd vermogen rapporteren. Dit geldt eveneens voor de transactiekosten.
Home/Wtp
Wet toekomst pensioenenOnder de Wtp worden kosten en rendementen voor deelnemers zichtbaarder en krijgt het bestuur nieuwe vragen te beantwoorden. Wat verandert er? Wat leveren gemaakte beleidskeuzes op? En hoe kunnen kosten en prestaties ook na het invaren worden beoordeeld, verklaard en verantwoord?
Benchmarking maakt de ontwikkeling zichtbaar — vóór, tijdens én na de transitie.
Met de invoering van de Wtp beschikken deelnemers over gedetailleerd inzicht in hun pensioenkapitaal en de mutaties daarin. Dit betekent dat zij niet alleen hun opgebouwde vermogen kunnen volgen, maar ook de rendementen en kosten die aan hen worden toegerekend. Binnen hetzelfde pensioenfonds kunnen verschillen ontstaan in rendementen en vermogensbeheerkosten.
Deze transparantie leidt naar verwachting tot:
Deze ontwikkelingen vragen om een nieuwe manier van communiceren en verantwoorden door pensioenfondsen.
Een goede uitleg is noodzakelijk. Juristen zien, bij ontoereikende uitleg, kosten dan ook als de nieuwe rode vlag. De introductie van cohorten en mogelijke kostenverschillen binnen één fonds vergroot het risico op vragen, klachten en geschillen.
De wetgeving op het gebied van te rapporteren kengetallen voor de uitvoeringskosten is onveranderd gebleven. Deze luidt als volgt:
Pensioenfondsen moeten de totale kosten van vermogensbeheer in euro's en als percentage van het gemiddeld belegd vermogen rapporteren. Dit geldt eveneens voor de transactiekosten.
Wat betreft de pensioenbeheerkosten moeten de kosten in euro's per deelnemer en de totale euro's gerapporteerd worden. Het aantal deelnemers is de som van het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden.
Voor de toelichting op de uitvoeringskosten verwijst de AFM naar de via zelfregulering tot stand gekomen Aanbevelingen Uitvoeringskosten. Met behulp van deze toelichting kunnen de deelnemers de kosten in context beoordelen. Dit houdt in: wat krijg ik, rekening houdend met beleidsbeslissingen, terug voor deze kosten? Denk hierbij bijvoorbeeld aan rendementen en service.
De Wtp verandert veel, maar het belang van uniforme kostendefinities en het plaatsen van kosten in context blijft bestaan.
Vanuit de deelnemer verandert met de Wtp vooral de manier waarop het pensioen wordt opgebouwd, belegd en uiteindelijk uitgekeerd. De premie staat dan ook centraal. Het is belangrijk om daarbij een misverstand te voorkomen: het wordt niet simpelweg een vrij opneembare “persoonlijke spaarpot”. Het pensioen blijft collectief georganiseerd en risico's worden binnen de gekozen regeling gedeeld.
Onder de Wtp staan het persoonlijk pensioenvermogen en de premie centraal. Het beleggingsrendement heeft direct effect op het persoonlijke vermogen, zodat het vermogen eerder omhoog maar ook omlaag kan. Voor keuzebegeleiding is meer aandacht.
Op deze wijze krijgt de deelnemer een persoonlijker beeld van zijn pensioenvermogen en zal hij dan ook kritisch de mutaties en de uitkomst willen begrijpen. Daar komt bij dat met name bij beleggingen verschillen tussen de deelnemers gaan ontstaan. Bij oudere deelnemers zal minder risico worden genomen bij het alloceren van de premie. Voor jonge deelnemers worden meer risico's genomen; naar verwachting levert dat op lange termijn immers een hoger rendement op.
Via het aangenomen amendement 136 krijgen het Verantwoordingsorgaan (VO) of Belanghebbendenorgaan (BO) per 1 juli 2023 meer rechten als het gaat over het wijzigen van de uitvoeringskosten. Dit betekent een zwaardere rol bij het beoordelen van de uitvoeringskosten.
Bovendien wordt het VO/BO gevraagd advies te geven bij voorstellen van het bestuur die grote gevolgen hebben voor de uitvoeringskosten.
Wat betekent dit voor de governance?De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel kan niet op basis van één meetmoment worden beoordeeld. De effecten op kosten, rendementen en uitvoering worden pas over meerdere jaren zichtbaar.
Daarom kijkt de IBI Invaarspiegel verder dan een eenmalige nulmeting.
Door meerdere jaren vóór het invaren te benchmarken, ontstaat inzicht in de ontwikkeling onder het oude stelsel. Door de benchmark na het invaren voort te zetten, wordt zichtbaar welke veranderingen zich daadwerkelijk voordoen en of vooraf uitgesproken verwachtingen uitkomen.
De Invaarspiegel vergelijkt pensioenfondsen uitsluitend op totaalniveau en niet op cohortniveau.
De Invaarspiegel maakt van de nulmeting geen eindpunt, maar het startpunt van een meerjarige vergelijking.
Onder de Wtp kunnen binnen hetzelfde pensioenfonds verschillen ontstaan tussen leeftijdscohorten. Door verschillen in beleggingsbeleid en risicoprofiel kunnen deelnemers verschillende rendementen en vermogensbeheerkosten ervaren.
Een totaalrendement of gemiddeld kostenniveau van een pensioenfonds is daarom niet noodzakelijk gelijk aan het rendement of de vermogensbeheerkosten die voor iedere deelnemer relevant zijn.
Dat vraagt om goede uitleg aan deelnemers.
De IBI-benchmark biedt een onafhankelijk referentiekader voor het pensioenfonds als geheel. Het pensioenfonds maakt vervolgens zelf de vertaling naar de verschillende cohorten en deelnemers.
Na het invaren houdt de relevantie van benchmarking niet op. Integendeel.
Het bestuur wil kunnen volgen wat het gevoerde beleid oplevert en hoe kosten, rendementen en andere relevante kenmerken zich ontwikkelen.
De Code Pensioenfondsen sluit hierbij aan: het pensioenfonds heeft een visie op de kwaliteit van de uitvoering en het daarbij behorende kostenniveau en monitort en evalueert kwaliteit en kosten jaarlijks.
Jaarlijkse benchmarking ondersteunt daarmee de governance van het pensioenfonds:
Zo ontwikkelt benchmarking zich van een meting rondom het invaren naar een structureel instrument voor monitoring, beoordeling en verantwoording.
Niet één keer meten, maar jaarlijks blijven meten, verklaren en verantwoorden.
Leg de ontwikkeling van kosten, rendementen en verklarende factoren over meerdere jaren vast. Zo ontstaat een betrouwbare basis om structurele ontwikkelingen te onderscheiden van jaarlijkse fluctuaties.
Benchmark ieder jaar volgens dezelfde consistente methodiek. Daarmee wordt zichtbaar hoe het pensioenfonds zich ontwikkelt en hoe kosten en prestaties zich verhouden tot vergelijkbare pensioenfondsen.
Breng in beeld waardoor kosten en prestaties veranderen en in hoeverre deze ontwikkelingen samenhangen met beleidskeuzes, complexiteit, serviceniveau, risico en rendement.
Gebruik de benchmark voor monitoring en verantwoording richting bestuur, VO/BO en intern toezicht en als ondersteuning van de toelichting in het bestuursverslag. Zo wordt benchmarking onderdeel van een structurele jaarlijkse governancecyclus.
IBI volgt de gevolgen van de Wet toekomst pensioenen voor uitvoeringskosten, governance en deelnemerscommunicatie al vanaf de invoering van de nieuwe wet. In verschillende publicaties hebben wij specifieke onderdelen hiervan nader uitgewerkt.
Wat betekent de Wtp voor kostenbeheer, kostentransparantie en communicatie richting deelnemers?
Lees de white paperOver de zwaardere rol van het Verantwoordingsorgaan en Belanghebbendenorgaan bij het beoordelen van uitvoeringskosten.
Lees de specialOver het normenkader voor uitvoeringskosten onder de Wtp en de betekenis daarvan voor compliance en verantwoording.
Lees de white paperAan dit onderwerp wordt op dit moment gewerkt. De publicatie volgt.
Volgt
Invaren is een moment. Het beoordelen, verklaren en verantwoorden van kosten en prestaties is een doorlopend proces. Met jaarlijkse benchmarking bouwt u een consistente meerjarige reeks op waarmee bestuur, VO/BO en andere governanceorganen kunnen volgen wat het gevoerde beleid daadwerkelijk oplevert.
Van verwachting naar werkelijkheid. Van invaren naar structureel inzicht.