Inloggen
Home
IBI
Wetgeving, normen en toezicht
Benchmarking
Producten
Wtp
Media
Neem contact op

Home/Wtp

Wet toekomst pensioenen

Van invaren naar structureel benchmarken

Onder de Wtp worden kosten en rendementen voor deelnemers zichtbaarder en krijgt het bestuur nieuwe vragen te beantwoorden. Wat verandert er? Wat leveren gemaakte beleidskeuzes op? En hoe kunnen kosten en prestaties ook na het invaren worden beoordeeld, verklaard en verantwoord?

Benchmarking maakt de ontwikkeling zichtbaar — vóór, tijdens én na de transitie.

Meer transparantie

Meer transparantie, meer vragen

Met de invoering van de Wtp beschikken deelnemers over gedetailleerd inzicht in hun pensioenkapitaal en de mutaties daarin. Dit betekent dat zij niet alleen hun opgebouwde vermogen kunnen volgen, maar ook de rendementen en kosten die aan hen worden toegerekend. Binnen hetzelfde pensioenfonds kunnen verschillen ontstaan in rendementen en vermogensbeheerkosten.

Deze transparantie leidt naar verwachting tot:

  • Meer belangstelling van deelnemers voor hun pensioenvermogen
  • Meer aandacht voor de aan hen toegerekende rendementen en kosten
  • Meer aandacht voor het beleggingsbeleid van fondsen
  • Vergelijkingen binnen pensioenfondsen (tussen leeftijdscohorten) en tussen pensioenfondsen onderling, zowel door deelnemers als door de media

Deze ontwikkelingen vragen om een nieuwe manier van communiceren en verantwoorden door pensioenfondsen.

Kosten als nieuwe rode vlag

Een goede uitleg is noodzakelijk. Juristen zien, bij ontoereikende uitleg, kosten dan ook als de nieuwe rode vlag. De introductie van cohorten en mogelijke kostenverschillen binnen één fonds vergroot het risico op vragen, klachten en geschillen.

Wat verandert niet

De wettelijke kengetallen blijven ongewijzigd

De wetgeving op het gebied van te rapporteren kengetallen voor de uitvoeringskosten is onveranderd gebleven. Deze luidt als volgt:

VERMOGENSBEHEER

Kosten en transactiekosten

Pensioenfondsen moeten de totale kosten van vermogensbeheer in euro's en als percentage van het gemiddeld belegd vermogen rapporteren. Dit geldt eveneens voor de transactiekosten.

PENSIOENBEHEER

Kosten per deelnemer

Wat betreft de pensioenbeheerkosten moeten de kosten in euro's per deelnemer en de totale euro's gerapporteerd worden. Het aantal deelnemers is de som van het aantal actieve deelnemers en gepensioneerden.

Voor de toelichting op de uitvoeringskosten verwijst de AFM naar de via zelfregulering tot stand gekomen Aanbevelingen Uitvoeringskosten. Met behulp van deze toelichting kunnen de deelnemers de kosten in context beoordelen. Dit houdt in: wat krijg ik, rekening houdend met beleidsbeslissingen, terug voor deze kosten? Denk hierbij bijvoorbeeld aan rendementen en service.

De Wtp verandert veel, maar het belang van uniforme kostendefinities en het plaatsen van kosten in context blijft bestaan.

Lees meer over wet- en regelgeving als fundament

Wat verandert wel

De premie centraal, het pensioen persoonlijker

Vanuit de deelnemer verandert met de Wtp vooral de manier waarop het pensioen wordt opgebouwd, belegd en uiteindelijk uitgekeerd. De premie staat dan ook centraal. Het is belangrijk om daarbij een misverstand te voorkomen: het wordt niet simpelweg een vrij opneembare “persoonlijke spaarpot”. Het pensioen blijft collectief georganiseerd en risico's worden binnen de gekozen regeling gedeeld.

Onder de Wtp staan het persoonlijk pensioenvermogen en de premie centraal. Het beleggingsrendement heeft direct effect op het persoonlijke vermogen, zodat het vermogen eerder omhoog maar ook omlaag kan. Voor keuzebegeleiding is meer aandacht.

Op deze wijze krijgt de deelnemer een persoonlijker beeld van zijn pensioenvermogen en zal hij dan ook kritisch de mutaties en de uitkomst willen begrijpen. Daar komt bij dat met name bij beleggingen verschillen tussen de deelnemers gaan ontstaan. Bij oudere deelnemers zal minder risico worden genomen bij het alloceren van de premie. Voor jonge deelnemers worden meer risico's genomen; naar verwachting levert dat op lange termijn immers een hoger rendement op.

Amendement 136: een zwaardere rol voor VO en BO

Via het aangenomen amendement 136 krijgen het Verantwoordingsorgaan (VO) of Belanghebbendenorgaan (BO) per 1 juli 2023 meer rechten als het gaat over het wijzigen van de uitvoeringskosten. Dit betekent een zwaardere rol bij het beoordelen van de uitvoeringskosten.

Bovendien wordt het VO/BO gevraagd advies te geven bij voorstellen van het bestuur die grote gevolgen hebben voor de uitvoeringskosten.

Wat betekent dit voor de governance?
Fase 1 · IBI Invaarspiegel

De IBI Invaarspiegel — van verwachting naar werkelijkheid

De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel kan niet op basis van één meetmoment worden beoordeeld. De effecten op kosten, rendementen en uitvoering worden pas over meerdere jaren zichtbaar.

Daarom kijkt de IBI Invaarspiegel verder dan een eenmalige nulmeting.

Door meerdere jaren vóór het invaren te benchmarken, ontstaat inzicht in de ontwikkeling onder het oude stelsel. Door de benchmark na het invaren voort te zetten, wordt zichtbaar welke veranderingen zich daadwerkelijk voordoen en of vooraf uitgesproken verwachtingen uitkomen.

De Invaarspiegel vergelijkt pensioenfondsen uitsluitend op totaalniveau en niet op cohortniveau.

De Invaarspiegel maakt van de nulmeting geen eindpunt, maar het startpunt van een meerjarige vergelijking.

Drie vragen die de Invaarspiegel beantwoordt

  1. Wat verwachtten we vóór het invaren?

  2. Wat is er na het invaren daadwerkelijk gebeurd?

  3. Kunnen we verklaren waarom?

Deelnemers en cohorten

Eén pensioenfonds, verschillende uitkomsten

Onder de Wtp kunnen binnen hetzelfde pensioenfonds verschillen ontstaan tussen leeftijdscohorten. Door verschillen in beleggingsbeleid en risicoprofiel kunnen deelnemers verschillende rendementen en vermogensbeheerkosten ervaren.

Een totaalrendement of gemiddeld kostenniveau van een pensioenfonds is daarom niet noodzakelijk gelijk aan het rendement of de vermogensbeheerkosten die voor iedere deelnemer relevant zijn.

Dat vraagt om goede uitleg aan deelnemers.

IBI benchmarkt niet op cohortniveau

De IBI-benchmark biedt een onafhankelijk referentiekader voor het pensioenfonds als geheel. Het pensioenfonds maakt vervolgens zelf de vertaling naar de verschillende cohorten en deelnemers.

Fase 2 · structureel jaarlijks benchmarken

Na het invaren: structureel blijven benchmarken

Na het invaren houdt de relevantie van benchmarking niet op. Integendeel.

Het bestuur wil kunnen volgen wat het gevoerde beleid oplevert en hoe kosten, rendementen en andere relevante kenmerken zich ontwikkelen.

De Code Pensioenfondsen sluit hierbij aan: het pensioenfonds heeft een visie op de kwaliteit van de uitvoering en het daarbij behorende kostenniveau en monitort en evalueert kwaliteit en kosten jaarlijks.

Jaarlijkse benchmarking ondersteunt daarmee de governance van het pensioenfonds:

Bestuur
Monitoren wat beleidskeuzes opleveren en beoordelen hoe kosten en prestaties zich ontwikkelen.
VO/BO
Ondersteunen van de beoordeling en verantwoording van de uitvoeringskosten.
Raad van toezicht
Beschikken over een onafhankelijk referentiekader voor het interne toezicht.
Verslaggeving en accountant
Ondersteunen van een consistente en onderbouwde toelichting op de ontwikkeling van uitvoeringskosten.

Zo ontwikkelt benchmarking zich van een meting rondom het invaren naar een structureel instrument voor monitoring, beoordeling en verantwoording.

Niet één keer meten, maar jaarlijks blijven meten, verklaren en verantwoorden.

  1. Een meerjarig referentiepunt

    Leg de ontwikkeling van kosten, rendementen en verklarende factoren over meerdere jaren vast. Zo ontstaat een betrouwbare basis om structurele ontwikkelingen te onderscheiden van jaarlijkse fluctuaties.

  2. Jaarlijks meten en vergelijken

    Benchmark ieder jaar volgens dezelfde consistente methodiek. Daarmee wordt zichtbaar hoe het pensioenfonds zich ontwikkelt en hoe kosten en prestaties zich verhouden tot vergelijkbare pensioenfondsen.

  3. Verklaren en beoordelen

    Breng in beeld waardoor kosten en prestaties veranderen en in hoeverre deze ontwikkelingen samenhangen met beleidskeuzes, complexiteit, serviceniveau, risico en rendement.

  4. Verantwoorden en bijsturen

    Gebruik de benchmark voor monitoring en verantwoording richting bestuur, VO/BO en intern toezicht en als ondersteuning van de toelichting in het bestuursverslag. Zo wordt benchmarking onderdeel van een structurele jaarlijkse governancecyclus.

White papers

Verdieping: onze publicaties over de Wtp

IBI volgt de gevolgen van de Wet toekomst pensioenen voor uitvoeringskosten, governance en deelnemerscommunicatie al vanaf de invoering van de nieuwe wet. In verschillende publicaties hebben wij specifieke onderdelen hiervan nader uitgewerkt.

White paper Een nieuwe kijk op kosten 24 mei 2023 · leestijd ± 15 min

Wat betekent de Wtp voor kostenbeheer, kostentransparantie en communicatie richting deelnemers?

Lees de white paper
Special Wtp en de rol van VO/BO 19 juni 2023 · leestijd ± 5 min

Over de zwaardere rol van het Verantwoordingsorgaan en Belanghebbendenorgaan bij het beoordelen van uitvoeringskosten.

Lees de special
White paper Compliance en uitvoeringskosten onder de Wtp 28 december 2023

Over het normenkader voor uitvoeringskosten onder de Wtp en de betekenis daarvan voor compliance en verantwoording.

Lees de white paper
Kosten op het UPO

Kosten op het Uniform Pensioenoverzicht

Aan dit onderwerp wordt op dit moment gewerkt. De publicatie volgt.

Volgt

Houd structureel zicht op kosten en prestaties

Invaren is een moment. Het beoordelen, verklaren en verantwoorden van kosten en prestaties is een doorlopend proces. Met jaarlijkse benchmarking bouwt u een consistente meerjarige reeks op waarmee bestuur, VO/BO en andere governanceorganen kunnen volgen wat het gevoerde beleid daadwerkelijk oplevert.

Van verwachting naar werkelijkheid. Van invaren naar structureel inzicht.